Het was een zonnige lenteochtend in het dagverblijf, er was een lichte geur van versgezette koffie en door de ramen kwam het geluid van vogelgezang. De ouderen zaten in een kring, in het midden een koffer met Vragenderwijs kaarten.
Mevrouw Jansen opende de koffer en haalde een stapel kaarten tevoorschijn. "Vandaag gaan we herinneringen ophalen," kondigde ze aan met een glimlach. De kaarten werden rondgedeeld en de eerste vraag werd voorgelezen: "Wie kan zich de eerste keer herinneren dat ze een radio hoorden?"
Kees, een bescheiden man met een zachte stem, begon te vertellen. "Ik was acht jaar en mijn vader had net een radio gekocht. We woonden op een boerderij en de radio was een wonder. De eerste uitzending die we hoorden was een voetbalwedstrijd. We zaten allemaal dicht bij elkaar, luisterend alsof we zelf in het stadion waren."
Zijn verhaal bracht anderen tot leven. Mevrouw de Vries herinnerde zich hoe haar ouders de radio gebruikten om (illegaal) naar nieuwsberichten te luisteren tijdens de oorlog. De verhalen vloeiden vrijelijk, van de eerste dansmuziek tot klassieke hoorspelen die de avonden vulden met spanning en avontuur. De groep werd steeds levendiger, lachend om de gedeelde herinneringen en het herkennen van elkaars ervaringen. Mevrouw Jansen las de volgende vraag voor: "Wie herinnert zich nog hun eerste schooldag?" Mevrouw Bakker, die meestal stil was, lichtte op. "Ik droeg een nieuw jurkje dat mijn moeder speciaal had gemaakt. Ik was zo trots, maar ook zo zenuwachtig. De geur van krijt en vers geslepen potloden is iets wat ik nooit zal vergeten."